PE-punten voor toezichthouders?

Een verdiepingscursus gevolgd, kennis bijgespijkerd met een seminar? PE-punten zijn je deel. In de wereld van accountants en advocaten is permanente educatie, geregistreerd via PE-punten, al vele jaren heel gewoon. Het systeem van voortdurend leren is in die beroepsgroepen vanzelfsprekend, alleen al doordat accountancy en jurisprudentie zich constant ontwikkelen. Er bestaan concrete en meetbare criteria voor het bijhouden van vakkennis. En het vak van accountant en van advocaat is gecertificeerd.

In de meeste disciplines staat één PE-punt voor één studie-uur. Het aantal punten dat professionals moeten verzamelen verschilt per beroepsgroep. PE-plichtige accountants moeten bijvoorbeeld per driejaars cyclus minimaal 120 PE-uren met een minimum van 20 PE-uren per jaar aan permanente educatie verrichten.

Criteria

Voor leden van raden van toezicht en raden van commissarissen ligt dat wat anders. Criteria voor goed toezicht zijn heel moeilijk te formuleren. En het vak van toezicht houden is niet onafhankelijk gecertificeerd. Toch hebben de bestuurs- en toezichtclubs in de woningcorporatiesector, respectievelijk Aedes en VTW, vanaf 2015 een systeem van PE-punten opgezet. Corporatiecommissarissen moeten in twee jaar minimaal 10 uren aan PE-activiteiten verzamelen. Ieder uur dat aan het bijspijkeren van vakkennis is besteed, is 1 punt waard.

Markt

PE-punten creëren een markt; er zijn aanbieders van cursussen die niet zouden bestaan als hun cursisten er geen punten zouden kunnen verzamelen. Het is dan ook opvallend dat juist een consultant en aanbieder van hoogwaardige opleidingen voor toezichthouders, stelling neemt tegen het systeem van PE-punten. Toch doet Maarten den Ottolander, managing partner van Hemingway Professional Governance dat met verve.

“PE-punten zijn een voorbeeld van de steeds verdergaande formalisering van het toezicht, waarbij afvinken de plaats dreigt in te nemen van nadenken. Wie punten verzamelt om te laten zien dat hij of zij een goede toezichthouder is, creëert schijnzekerheid. Waar het om gaat is het begrijpen van de organisatie, van mensen, van strategie. Je bent een goed toezichthouder in relatie tot anderen. Dat is dus per definitie niet iets dat je kunt vatten in absolute cijfermatige scores.”

Absolute waarheden

De kritiek van Den Ottolander is dat toezichthouders steeds meer van alles moeten: “Ze moeten lef hebben, ze moeten onafhankelijk zijn en goed geïnformeerd. Maar wijsheid, zorgvuldigheid en gezond verstand zijn sturende eigenschappen die niet in de hoek zitten van het ‘moeten’, maar die onderdeel zijn van een afwegingsproces. In onze onzekerheid grijpen we naar absolute waarheden en vereisten en niet naar wat je uiteindelijk na wikken en wegen denkt dat het beste is.” Het grote gevaar volgens Den Ottolander is dat denken in termen van ‘moeten’ tot versmalling leidt en uiteindelijk zelfs tot stoppen met nadenken over wat in een bepaalde situatie echt nodig is.

Geen inhoud

Hemingway werkt zelf ook met PE-punten voor de vele Forums en trainingen die het bureau voor toezichthouders verzorgt. “Ja, we doen mee aan het systeem maar ik zeg altijd meteen dat het daar dus absoluut niet om gaat en dat het systeem in feite geen inhoud heeft. Commissarissen krijgen aangepraat dat we met PE-punten kunnen laten zien aan de share-en stakeholders dat ze goed zijn in hun vak. Maar de ironie is dat PE-punten voor toezichthouders niet onafhankelijk gecertificeerd zijn - en dat moeten we ook niet willen. Wie bepaalt waar een opleiding aan moet voldoen? De keurmeester zelf. Wat zegt het feit dat je bij Hemingway een Forum Governance op Innovatie hebt gevolgd?”

Zelfevaluatie

Wat dan? Volgens Den Ottolander dient de kwaliteit van toezicht te worden verantwoord aan elkaar, aan shareholders  en aan stakeholders via het jaarverslag en via een onafhankelijke zelfevaluatie van de Raad. “Een zelfevaluatie die ook consequenties heeft voor competentie-eisen en eventuele herbenoeming. Dat houdt de kwaliteit van toezicht levend. Een constante dialoog met elkaar in een divers samengestelde Raad is vele malen nuttiger dan dat verstarrende PE-punten systeem.”

Industrie

Intussen verspreidt het systeem van PE-punten zich in hoog tempo verder. Het is een hele industrie aan het worden. Alle aspecten van het toezicht, zoals de samenstelling van de Raad, de competenties die erin vertegenwoordigd moeten zijn, de zelfevaluatie en de verslaglegging, worden geformaliseerd. En hoe meten we af of aan de eisen is voldaan? Met PE-punten natuurlijk. Den Ottolander: “Dit voorjaar kwam een aantal bureaus bij elkaar om te spreken over PE-punten. Ik ben niet gegaan, want het is voor mij de verkeerde discussie en het riekt naar business development die niet bijdraagt aan goed toezicht.”

 

Hemingway

creating tomorrow's governance